Werkstuk: De winterslaap
De egel is een van de zeer weinige diersoorten in ons land die een winterslaap houden. Voor een egel is de winterslaap bittere noodzaak: in de winter is er te weinig voedsel om te kunnen overleven, en het soort voedsel van de egel is niet geschikt om een voorraad van aan te leggen. Er rest hem dus niks anders dan zijn energie zo zuinig mogelijk te verbruiken gedurende de winterperiode en te zorgen dat hij voldoende vetvoorraad heeft om de energie te leveren die noodzakelijk is om te overleven.
Een goed winternest is ook van groot belang om zoveel mogelijk te kunnen bezuinigen op de 'energierekening'. Aan de winternesten worden dan ook veel zwaardere eisen gesteld dan aan de zomernesten. Een winternest moet echt vocht- en windvrij zijn, en het liefst omgeven door een goed isolerende laag zoals kompost of een dikke laag gebladerte. Ook schuren en kelders zijn populair bij egels te overwinteren.
Wat de slaapreflex activeert is onduidelijk. Diverse factoren spelen hierbij een rol: leeftijd (oudere dieren hebben doorgaans een dikkere vetlaag), temperatuur, de kortere dagen, en de hormoonspiegels (met name de insulinespiegel) spelen hierbij een rol.
De voorbereidingen
Oudere egels die al meer vetreserves hebben gaan doorgaans eerder in winterslaap dan de 'eerstejaars' die tot het uiterste doorgaan om een vetvoorraad aan te leggen. Gaan de ouderen vaak al eind november/begin december in winterslaap (onafhankelijk van temperatuur en aanwezigheid van voedsel), sommige jongeren gaan pas als het echt koud wordt (soms half januari!) slapen.
Wanneer de egel eenmaal een geschikte plaats voor zijn winternest heeft gevonden is hij 1 tot 2 nachten bezig met de aankleding: zoveel mogelijk isolerend materiaal wordt het nest binnengesleept, voornamelijk bladeren, mos en gras. Het nest wordt van binnen uit in elkaar gedraaid en is een stevig bouwsel met een doorsnee van 30 tot 60 cm. Het nestmateriaal wordt dicht op elkaar gedrukt zodat beestjes en dergelijkeniet door de 20 cm. dikke wand kunnen komen.Jonge egels brengen de winterslaap wel eens gezamenlijk in een nest door, bij de volwassen dieren is dit uitzonderlijk.
Voordat de egel definitief'onder de wol' gaat, moet eerst gezorgd worden dat de darmen goed leeg zijn. Dat betekend twee dagen vasten voor het grote project gaat beginnen. Zouden maag en darmen niet leeg zijn tijdens de winterslaap dan gaat de inhoud gisten en rotten (hij kan tijdens zijn slaap geen uitwerpselen meer produceren) en dat zou dodelijke gevolgen hebben.
Aanpassingen van het lichaam.
De egel wordt tijdens de winterslaap beschermd door twee vetlagen: een witte vetlaag zorgt voor de energievoorziening en een bruine vetlaag die een isolerende functie heeft, en tevens de energie moet leveren wanneer de egel uit zijn winterslaap komt.. Om de witte laag zo min mogelijk aan te spreken wordthet lichaam in een soort van "stand by" stand gebracht.
De lichaamstemperatuur wordt aangepast aan de omgevingstemperatuur en kan dalen tot 5 tot 6 graden Celcius (de normale lichaamstemperatuur is 35 graden), rond het hart blijft de temperatuur echter 33 graden, naar buiten toe wordt de temperatuur steeds lager.
De hartslag gaat terug van 180 naar 8-9 keer per minuut, en de ademhalings-frequentie daalt van 45 naar 4 keer per minuut. De ademhaling is echter onregelmatig en soms ademt de egel 2 minuten helemaal niet!
Rond de darmen worden extra witte bloedlichaampjes verzameld om eventuele ziekteverwekkers die in de darmen aanwezig zouden kunnen zijn onschadelijk te maken. Ook vormt het lichaam extra heparine, een hormoon dat de bloedstolling tegengaat: omdat het bloed zo langzaam gepompt wordt is de kans op stolling veel groter dan onder normale omstandigheden.
Bij een extreem lage buitentemperatuur wordt de egel wakker, hij heeft hiertoe een censor die hem waarschuwt. Zonder deze censor zou de egel het risico lopen tijdens zijn slaap te bevriezen. Nu hij gewaarschuwd wordt heeft hij de mogelijkheid om een andere overwinteringplaats te zoeken waar hij wel veilig is voor bevriezing. Het is dus mogelijk om midden in de winter een egel tegen te komen zonder dat er direct alarm geslagen hoeft te worden. Het is wel noodzakelijk dat de egel zo snel mogelijk een nieuwe slaapplaats vindt die hem voldoende beschermd tegen de kou . Meerdere onderbrekingen van de winterslaap tasten de energievoorraad zo ernstig aan dat de jongere en zwakkere dieren dit waarschijnlijk niet overleven.
Wakker worden.
Het ontwaken uit de winterslaap is een kunst op zich: van minimaal moet het lichaam weer naar maximaal functioneren. Daar gaat wat tijd overheen, enkele uren zelfs, en ook hier geldt dat alleen de sterkeren deze taak kunnen volbrengen.
De ademhaling en hartslag worden onregelmatig, ook ten opzichte van elkaar, en nemen langzaam aan toe. Naarmate de hartslag frequenter wordt stijgt de lichaamstemperatuur. Zodra de zuurstoftoevoer naar de spieren het toelaat gaat de egel op zoek naar drinken, het is pas na een dag of twee dat de egel weer gaat eten, en dat heeft hij dan ook heel hard nodig want tijdens zijn dutje is zijn lichaamsgewicht vaak met 1/4 tot 1/3 afgenomen.
Waarvoor dient een winterslaap?
Als de dagen kort en koud zijn, is er voor de dieren maar weinig voedsel te vinden. Sommige vogels trekken dan naar het warme zuiden. Sommige insecten, amfibieën, vissen en zoogdieren ontvluchten kou en honger door de hele winter of een deel van de winter te slapen.
Tijdens hun winterslaap daalt de lichaamstemperatuur sterk. De meeste lichaamsfuncties zijn vertraagd. Ook de hartslag is veel trager dan normaal, zodat er bijna geen energie verbruikt wordt en het dier dus bijna geen voedsel nodig heeft.
Duurt een winterslaap altijd even lang?
Een aantal dieren in onze streken houdt een winterslaap, maar die is niet bij alle dieren even lang! Sommige dieren verdragen de koude nu eenmaal beter dan andere dieren.
· De relmuis is de kampioen van de winterslapers: hij slaapt 7 maanden en wordt daarom ook soms de zevenslaper genoemd!
· De egel ligt vanaf de eerste vorst ineengerold in zijn ondergrondse nest. Zijn lichaamstemperatuur daalt van 39°C tot 7°C !!
· De vleermuis houdt in onze streken een winterslaap van oktober tot maart. De hele winter hangt hij met zijn kop naar beneden in een donkere plaats.
· De das en de eekhoorn houden maar een korte winterslaap die dikwijls wordt onderbroken om te eten van de wintervoorraad.
Overleven in de winter
In de herfst leven de meeste dieren in de vrije natuur in een soort luilekkerland. Ook afgelopen najaar was er weer voedsel in overvloed te vinden. De zaadeters onder de vogels vonden genoeg te eten onder bomen en struiken; insecteneters vonden hun insecten, larven, poppen en eitjes; planteneters aten nog niet afgestorven planten, en knaagdieren vonden voldoende voedsel in en op de grond. Dit alles verandert echter zodra Koning Winter zijn ware gezicht laat zien en het gaat vriezen, sneeuwen, of ijzelen. Het voedsel op de grond is dan niet meer te bereiken, en als ook de boomschors dichtgeijzelde is kunnen dieren ook hier geen insecten meer vinden. Inmiddels zijn ook vrijwel alle planten afgestorven. Met andere woorden, met de voedselvoorziening is het maar karig gesteld in de winter.Behalve voedselgebrek hebben dieren in de winter nóg een probleem: doordat de meeste bomen en struiken hun bladeren verliezen zijn ze beter zichtbaar voor hun vijanden.Voor deze vijanden zijn de kale bomen en struiken natuurlijk weer een voordeel. Doordat ze hun prooi makkelijker kunnen vinden hoeven ze zelf niet te verhongeren.Het derde probleem is het gebrek aan daglicht. Doordat de dagen zo kort zijn is er maar weinig tijd om naar eten te zoeken en voldoende voedsel binnen te krijgen.
Toch zijn de meeste dieren redelijk voorbereid op de winter. Vleermuizen en egels zijn inmiddels in winterslaap. Ze zullen pas weer in het voorjaar in danig afgeslankte vorm te voorschijn komen. Zodra het koud wordt gaan vissen bewegingloos op de bodem van het water liggen. Kikkers kruipen onder de modder om daar via hun huid te 'ademen' en de salamander heeft een beschut plekje gezocht. Al deze dieren beginnen de winter met een voorraadje lichaamsvet. Worden ze niet door vijanden verrast dan zullen ze de winter waarschijnlijk wel overleven. Veel dieren, waaronder herten en ree'n, krijgen een dikkere en grijzere wintervacht. De hermelijn lijkt zelfs helemaal wit te worden. Deze warme jas spaart energie en dat is hard nodig want voedsel is al schaars genoeg.Veel insectenetende vogels zoals de veldleeuwerik, de tjif-tjaf en de grauwe vliegenvanger trekken met de zwaluwen naar het zuiden. Ook ganzen en ooievaars trekken naar het zuiden. Evenals vele andere vogels houden ze het hier voor gezien en brengen ze de winter in warmere streken door. Andere vogels die normaal in noordelijker streken wonen kiezen Nederland als overwinterplek.
Er zijn ook dieren die in de herfst de nodige voedselvoorraden aanleggen om er een tijdje tegen te kunnen: de hamster brengt voedsel naar zijn hol, de eekhoorn verstopt overal voorraden voedsel en mollen 'hamsteren' o.a. een voorraadje wormen. Dieren die het moeilijk krijgenSpitsmuizen zijn genoodzaakt de hele winter door te blijven eten. Bij gebrek aan insekten zullen dat pissebedden en wormen zijn, en dan nog zullen velen de hongerdood sterven.Voor de vogels die hier blijven is het vaak ook hongeren geblazen. Het piepkleine winterkoninkje moet massa's insecten eten om op temperatuur te blijven, en velen zullen het eind van de winter niet halen. Ook de ijsvogel heeft het moeilijk. Hij kan alleen maar vissen uit het water halen als er geen ijs op ligt.
Extra aandacht huisdieren Ook onze huisdieren hebben wat extra aandacht nodig.Konijnen die buiten zitten hebben een goed geïsoleerd en droog hok nodig waar het vooral niet tocht, want daar kunnen ze slecht tegen. In de natuur kruipen ze bij slecht weer ook in hun hol. Konijnen die altijd buiten zijn hebben hun vacht meestal wel dik genoeg. Toch kunnen ze buiten in een hok onderkoeld raken. Dan zijn ze slap en sloom en bepaald niet levendig meer. Het konijn moet dan langzaam opgewarmd worden met behulp van folie, hooi of stro. Een te snelle opwarming is ook weer niet goed omdat dan de poriën open gaan waardoor juist warmte wordt verloren.Kippen die buiten rondscharrelen moeten worden bijgevoerd. En verder hebben ook zij een hok nodig waar het niet tocht en waar altijd voldoende water is dat niet bevroren is.Poezen onze huiskatten die afstammen van wilde subtropische katten houden niet van kou en prefereren een plekje bij de verwarming of achter de kachel. De kattenmand op een warme plek neerzetten wordt door uw kat zeker op prijs gesteld. Wel moet rekening gehouden worden met de plek waar de katten hun behoefte doen. Zijn ze gewend dat buiten te doen dan kan de kou een reden zijn om hun plas veel te lang op te houden.Urine die echter te lang in de blaas zit veroorzaakt gruis dat de blaaswand schuurt en ontstekingen kan veroorzaken. Een blaasontsteking toont de kat door op de gekste plaatsen kleine plasjes te doen, die soms met bloed vermengd zijn. Bij katers kan zich een levensgevaarlijke situatie voordoen, waarbij ontstekingscellen tezamen met blaasgruis proppen vormen die verstopping geven waardoor hij niet meer kan plassen. Bij twijfel is het aan te raden direct de dierenarts te bellen, want als dit probleem niet onmiddellijk verholpen wordt gaat de kat dood. Ook katten die op een kattenbak zijn aangewezen kunnen met het probleem van te laat gaan plassen te kampen hebben. Vooral als de kattenbak op een koude of tochtige plek staat, of als de kat moeite moet doen om bij de kattenbak te komen. Een kattenbak in de buurt van de slaapplek is dan ook aan te bevelen.
Honden Voor honden kunnen sneeuw, ijzel en kou een probleem vormen! Honden moeten er een paar keer per dag uit en kunnen hun voetzolen openhalen aan bevroren takken of ijs op plassen. Eenmaal binnen beginnen deze wondjes vaak pas te bloeden. Het eelt tussen de kussentjes onder de poten is vaak slecht te hechten, maar meestal is het bloeden met een drukverband te verhelpen. Het is verstandig de gewonde poot eerst even in een bakje sodawater te weken om te voorkomen dat er viezigheid in de wond achterblijft. Vooral jonge honden happen graag naar sneeuwvlokken en schuiven soms hele happen sneeuw naar binnen. Dit kan tot diarree lijden omdat de kou te groot is voor de ingewanden.Als er buiten zout gestrooid wordt kunnen honden die door pekelwater lopen last krijgen van eczeem tussen hun tenen. De hond zal kreupel gaan lopen en aan zijn voeten bijten. De dierenarts heeft een zalfje waarmee het euvel te verhelpen is. Maar voorkomen is beter dan genezen. Na een wandeling de hondenpoten even afspoelen en afdrogen kan veel ellende voorkomen. Vóór een wandeling in de sneeuw is het handig de voetzolen met een laagje vaseline in te strijken zodat er geen klompjes sneeuw tussen de tenen kunnen komen. Lang haar tussen de tenen en onder de voetzolen kan beter worden weggeknipt. De meeste honden zullen het wel uit hun hoofd laten om op een spiegelgladde weg hard te gaan rennen. Toch kunnen ook honden zich gemakkelijk ''verstappen' en daarbij kneuzingen of verstuikingen oplopen. Als dat het geval is dan moeten ze een tijdje aan de riem worden uitgelaten tot ze weer genezen zijn.Doldrieste honden die het wagen om in ijskoud water te springen moeten na zo'n bad worden drooggewreven en langzaam weer op temperatuur komen, liever onder een deken dan bij de kachel of de radiator.
Bijvoeren van vogels
De vogels rondom ons huis kunnen wij een handje helpen om de winter door te komen. Als u vogels wilt voeren, vermijd dan voedsel waar ze dorst van krijgen. Vruchten en zaden zijn prima. Mezen houden van aangeregen pinda's en vetbollen. Vers brood, aardappelen en vochtig voedsel zijn echter af te raden, zij verstoren de spijsvertering. In het ergste geval kunnen vogels hieraan zelfs dood gaan. Gooi ook geen zaadresten van kooivogels naar buiten, hierdoor worden gemakkelijk ziektes overgebracht. Voer bij voorkeur in de ochtend, want na een koude nacht hebben vogels snel voedsel nodig.Drinkwater is voor vogels vooral een probleem als het gaat vriezen. Een diep bord gevuld met water met daarop een omgekeerde bloempot die maakt dat er slechts een smal gootje water zichtbaar is zorgt er voor dat vogels wel kunnen drinken maar niet kunnen baden. Want als er water tussen de veertjes komt kunnen ze dood vriezen. Ook is het mogelijk schraapsel uit de koelkast aan te bieden.Ga niet voeren als dat nog niet nodig is. Actief naar voedsel zoeken houdt dieren in een goede conditie. Maar wordt het koud, of gaat het sneeuwen of ijzelen dan is uw hulp zeer gewenst. Begint u echter met voeren ga hier dan mee door tot de weersomstandigheden zijn verzacht! Vogels gaan op uw hulp rekenen! Pas echter wel op dat er geen voedsel blijft liggen, want overtollig voedsel trekt ratten en muizen aan. Bovendien kan voedsel dat te lang ligt bederven en ziektes veroorzaken. En dat is natuurlijk niet de bedoeling.
· De kikker en de pad zitten s´winters goed weggedoken in de modder. Ze ademen door hun dunne, naakte huid.
Een goed winternest is ook van groot belang om zoveel mogelijk te kunnen bezuinigen op de 'energierekening'. Aan de winternesten worden dan ook veel zwaardere eisen gesteld dan aan de zomernesten. Een winternest moet echt vocht- en windvrij zijn, en het liefst omgeven door een goed isolerende laag zoals kompost of een dikke laag gebladerte. Ook schuren en kelders zijn populair bij egels te overwinteren.
Wat de slaapreflex activeert is onduidelijk. Diverse factoren spelen hierbij een rol: leeftijd (oudere dieren hebben doorgaans een dikkere vetlaag), temperatuur, de kortere dagen, en de hormoonspiegels (met name de insulinespiegel) spelen hierbij een rol.
De voorbereidingen
Oudere egels die al meer vetreserves hebben gaan doorgaans eerder in winterslaap dan de 'eerstejaars' die tot het uiterste doorgaan om een vetvoorraad aan te leggen. Gaan de ouderen vaak al eind november/begin december in winterslaap (onafhankelijk van temperatuur en aanwezigheid van voedsel), sommige jongeren gaan pas als het echt koud wordt (soms half januari!) slapen.
Wanneer de egel eenmaal een geschikte plaats voor zijn winternest heeft gevonden is hij 1 tot 2 nachten bezig met de aankleding: zoveel mogelijk isolerend materiaal wordt het nest binnengesleept, voornamelijk bladeren, mos en gras. Het nest wordt van binnen uit in elkaar gedraaid en is een stevig bouwsel met een doorsnee van 30 tot 60 cm. Het nestmateriaal wordt dicht op elkaar gedrukt zodat beestjes en dergelijkeniet door de 20 cm. dikke wand kunnen komen.Jonge egels brengen de winterslaap wel eens gezamenlijk in een nest door, bij de volwassen dieren is dit uitzonderlijk.
Voordat de egel definitief'onder de wol' gaat, moet eerst gezorgd worden dat de darmen goed leeg zijn. Dat betekend twee dagen vasten voor het grote project gaat beginnen. Zouden maag en darmen niet leeg zijn tijdens de winterslaap dan gaat de inhoud gisten en rotten (hij kan tijdens zijn slaap geen uitwerpselen meer produceren) en dat zou dodelijke gevolgen hebben.
Aanpassingen van het lichaam.
De egel wordt tijdens de winterslaap beschermd door twee vetlagen: een witte vetlaag zorgt voor de energievoorziening en een bruine vetlaag die een isolerende functie heeft, en tevens de energie moet leveren wanneer de egel uit zijn winterslaap komt.. Om de witte laag zo min mogelijk aan te spreken wordthet lichaam in een soort van "stand by" stand gebracht.
De lichaamstemperatuur wordt aangepast aan de omgevingstemperatuur en kan dalen tot 5 tot 6 graden Celcius (de normale lichaamstemperatuur is 35 graden), rond het hart blijft de temperatuur echter 33 graden, naar buiten toe wordt de temperatuur steeds lager.
De hartslag gaat terug van 180 naar 8-9 keer per minuut, en de ademhalings-frequentie daalt van 45 naar 4 keer per minuut. De ademhaling is echter onregelmatig en soms ademt de egel 2 minuten helemaal niet!
Rond de darmen worden extra witte bloedlichaampjes verzameld om eventuele ziekteverwekkers die in de darmen aanwezig zouden kunnen zijn onschadelijk te maken. Ook vormt het lichaam extra heparine, een hormoon dat de bloedstolling tegengaat: omdat het bloed zo langzaam gepompt wordt is de kans op stolling veel groter dan onder normale omstandigheden.
Bij een extreem lage buitentemperatuur wordt de egel wakker, hij heeft hiertoe een censor die hem waarschuwt. Zonder deze censor zou de egel het risico lopen tijdens zijn slaap te bevriezen. Nu hij gewaarschuwd wordt heeft hij de mogelijkheid om een andere overwinteringplaats te zoeken waar hij wel veilig is voor bevriezing. Het is dus mogelijk om midden in de winter een egel tegen te komen zonder dat er direct alarm geslagen hoeft te worden. Het is wel noodzakelijk dat de egel zo snel mogelijk een nieuwe slaapplaats vindt die hem voldoende beschermd tegen de kou . Meerdere onderbrekingen van de winterslaap tasten de energievoorraad zo ernstig aan dat de jongere en zwakkere dieren dit waarschijnlijk niet overleven.
Wakker worden.
Het ontwaken uit de winterslaap is een kunst op zich: van minimaal moet het lichaam weer naar maximaal functioneren. Daar gaat wat tijd overheen, enkele uren zelfs, en ook hier geldt dat alleen de sterkeren deze taak kunnen volbrengen.
De ademhaling en hartslag worden onregelmatig, ook ten opzichte van elkaar, en nemen langzaam aan toe. Naarmate de hartslag frequenter wordt stijgt de lichaamstemperatuur. Zodra de zuurstoftoevoer naar de spieren het toelaat gaat de egel op zoek naar drinken, het is pas na een dag of twee dat de egel weer gaat eten, en dat heeft hij dan ook heel hard nodig want tijdens zijn dutje is zijn lichaamsgewicht vaak met 1/4 tot 1/3 afgenomen.
Waarvoor dient een winterslaap?
Als de dagen kort en koud zijn, is er voor de dieren maar weinig voedsel te vinden. Sommige vogels trekken dan naar het warme zuiden. Sommige insecten, amfibieën, vissen en zoogdieren ontvluchten kou en honger door de hele winter of een deel van de winter te slapen.
Tijdens hun winterslaap daalt de lichaamstemperatuur sterk. De meeste lichaamsfuncties zijn vertraagd. Ook de hartslag is veel trager dan normaal, zodat er bijna geen energie verbruikt wordt en het dier dus bijna geen voedsel nodig heeft.
Duurt een winterslaap altijd even lang?
Een aantal dieren in onze streken houdt een winterslaap, maar die is niet bij alle dieren even lang! Sommige dieren verdragen de koude nu eenmaal beter dan andere dieren.
· De relmuis is de kampioen van de winterslapers: hij slaapt 7 maanden en wordt daarom ook soms de zevenslaper genoemd!
· De egel ligt vanaf de eerste vorst ineengerold in zijn ondergrondse nest. Zijn lichaamstemperatuur daalt van 39°C tot 7°C !!
· De vleermuis houdt in onze streken een winterslaap van oktober tot maart. De hele winter hangt hij met zijn kop naar beneden in een donkere plaats.
· De das en de eekhoorn houden maar een korte winterslaap die dikwijls wordt onderbroken om te eten van de wintervoorraad.
Overleven in de winter
In de herfst leven de meeste dieren in de vrije natuur in een soort luilekkerland. Ook afgelopen najaar was er weer voedsel in overvloed te vinden. De zaadeters onder de vogels vonden genoeg te eten onder bomen en struiken; insecteneters vonden hun insecten, larven, poppen en eitjes; planteneters aten nog niet afgestorven planten, en knaagdieren vonden voldoende voedsel in en op de grond. Dit alles verandert echter zodra Koning Winter zijn ware gezicht laat zien en het gaat vriezen, sneeuwen, of ijzelen. Het voedsel op de grond is dan niet meer te bereiken, en als ook de boomschors dichtgeijzelde is kunnen dieren ook hier geen insecten meer vinden. Inmiddels zijn ook vrijwel alle planten afgestorven. Met andere woorden, met de voedselvoorziening is het maar karig gesteld in de winter.Behalve voedselgebrek hebben dieren in de winter nóg een probleem: doordat de meeste bomen en struiken hun bladeren verliezen zijn ze beter zichtbaar voor hun vijanden.Voor deze vijanden zijn de kale bomen en struiken natuurlijk weer een voordeel. Doordat ze hun prooi makkelijker kunnen vinden hoeven ze zelf niet te verhongeren.Het derde probleem is het gebrek aan daglicht. Doordat de dagen zo kort zijn is er maar weinig tijd om naar eten te zoeken en voldoende voedsel binnen te krijgen.
Toch zijn de meeste dieren redelijk voorbereid op de winter. Vleermuizen en egels zijn inmiddels in winterslaap. Ze zullen pas weer in het voorjaar in danig afgeslankte vorm te voorschijn komen. Zodra het koud wordt gaan vissen bewegingloos op de bodem van het water liggen. Kikkers kruipen onder de modder om daar via hun huid te 'ademen' en de salamander heeft een beschut plekje gezocht. Al deze dieren beginnen de winter met een voorraadje lichaamsvet. Worden ze niet door vijanden verrast dan zullen ze de winter waarschijnlijk wel overleven. Veel dieren, waaronder herten en ree'n, krijgen een dikkere en grijzere wintervacht. De hermelijn lijkt zelfs helemaal wit te worden. Deze warme jas spaart energie en dat is hard nodig want voedsel is al schaars genoeg.Veel insectenetende vogels zoals de veldleeuwerik, de tjif-tjaf en de grauwe vliegenvanger trekken met de zwaluwen naar het zuiden. Ook ganzen en ooievaars trekken naar het zuiden. Evenals vele andere vogels houden ze het hier voor gezien en brengen ze de winter in warmere streken door. Andere vogels die normaal in noordelijker streken wonen kiezen Nederland als overwinterplek.
Er zijn ook dieren die in de herfst de nodige voedselvoorraden aanleggen om er een tijdje tegen te kunnen: de hamster brengt voedsel naar zijn hol, de eekhoorn verstopt overal voorraden voedsel en mollen 'hamsteren' o.a. een voorraadje wormen. Dieren die het moeilijk krijgenSpitsmuizen zijn genoodzaakt de hele winter door te blijven eten. Bij gebrek aan insekten zullen dat pissebedden en wormen zijn, en dan nog zullen velen de hongerdood sterven.Voor de vogels die hier blijven is het vaak ook hongeren geblazen. Het piepkleine winterkoninkje moet massa's insecten eten om op temperatuur te blijven, en velen zullen het eind van de winter niet halen. Ook de ijsvogel heeft het moeilijk. Hij kan alleen maar vissen uit het water halen als er geen ijs op ligt.
Extra aandacht huisdieren Ook onze huisdieren hebben wat extra aandacht nodig.Konijnen die buiten zitten hebben een goed geïsoleerd en droog hok nodig waar het vooral niet tocht, want daar kunnen ze slecht tegen. In de natuur kruipen ze bij slecht weer ook in hun hol. Konijnen die altijd buiten zijn hebben hun vacht meestal wel dik genoeg. Toch kunnen ze buiten in een hok onderkoeld raken. Dan zijn ze slap en sloom en bepaald niet levendig meer. Het konijn moet dan langzaam opgewarmd worden met behulp van folie, hooi of stro. Een te snelle opwarming is ook weer niet goed omdat dan de poriën open gaan waardoor juist warmte wordt verloren.Kippen die buiten rondscharrelen moeten worden bijgevoerd. En verder hebben ook zij een hok nodig waar het niet tocht en waar altijd voldoende water is dat niet bevroren is.Poezen onze huiskatten die afstammen van wilde subtropische katten houden niet van kou en prefereren een plekje bij de verwarming of achter de kachel. De kattenmand op een warme plek neerzetten wordt door uw kat zeker op prijs gesteld. Wel moet rekening gehouden worden met de plek waar de katten hun behoefte doen. Zijn ze gewend dat buiten te doen dan kan de kou een reden zijn om hun plas veel te lang op te houden.Urine die echter te lang in de blaas zit veroorzaakt gruis dat de blaaswand schuurt en ontstekingen kan veroorzaken. Een blaasontsteking toont de kat door op de gekste plaatsen kleine plasjes te doen, die soms met bloed vermengd zijn. Bij katers kan zich een levensgevaarlijke situatie voordoen, waarbij ontstekingscellen tezamen met blaasgruis proppen vormen die verstopping geven waardoor hij niet meer kan plassen. Bij twijfel is het aan te raden direct de dierenarts te bellen, want als dit probleem niet onmiddellijk verholpen wordt gaat de kat dood. Ook katten die op een kattenbak zijn aangewezen kunnen met het probleem van te laat gaan plassen te kampen hebben. Vooral als de kattenbak op een koude of tochtige plek staat, of als de kat moeite moet doen om bij de kattenbak te komen. Een kattenbak in de buurt van de slaapplek is dan ook aan te bevelen.
Honden Voor honden kunnen sneeuw, ijzel en kou een probleem vormen! Honden moeten er een paar keer per dag uit en kunnen hun voetzolen openhalen aan bevroren takken of ijs op plassen. Eenmaal binnen beginnen deze wondjes vaak pas te bloeden. Het eelt tussen de kussentjes onder de poten is vaak slecht te hechten, maar meestal is het bloeden met een drukverband te verhelpen. Het is verstandig de gewonde poot eerst even in een bakje sodawater te weken om te voorkomen dat er viezigheid in de wond achterblijft. Vooral jonge honden happen graag naar sneeuwvlokken en schuiven soms hele happen sneeuw naar binnen. Dit kan tot diarree lijden omdat de kou te groot is voor de ingewanden.Als er buiten zout gestrooid wordt kunnen honden die door pekelwater lopen last krijgen van eczeem tussen hun tenen. De hond zal kreupel gaan lopen en aan zijn voeten bijten. De dierenarts heeft een zalfje waarmee het euvel te verhelpen is. Maar voorkomen is beter dan genezen. Na een wandeling de hondenpoten even afspoelen en afdrogen kan veel ellende voorkomen. Vóór een wandeling in de sneeuw is het handig de voetzolen met een laagje vaseline in te strijken zodat er geen klompjes sneeuw tussen de tenen kunnen komen. Lang haar tussen de tenen en onder de voetzolen kan beter worden weggeknipt. De meeste honden zullen het wel uit hun hoofd laten om op een spiegelgladde weg hard te gaan rennen. Toch kunnen ook honden zich gemakkelijk ''verstappen' en daarbij kneuzingen of verstuikingen oplopen. Als dat het geval is dan moeten ze een tijdje aan de riem worden uitgelaten tot ze weer genezen zijn.Doldrieste honden die het wagen om in ijskoud water te springen moeten na zo'n bad worden drooggewreven en langzaam weer op temperatuur komen, liever onder een deken dan bij de kachel of de radiator.
Bijvoeren van vogels
De vogels rondom ons huis kunnen wij een handje helpen om de winter door te komen. Als u vogels wilt voeren, vermijd dan voedsel waar ze dorst van krijgen. Vruchten en zaden zijn prima. Mezen houden van aangeregen pinda's en vetbollen. Vers brood, aardappelen en vochtig voedsel zijn echter af te raden, zij verstoren de spijsvertering. In het ergste geval kunnen vogels hieraan zelfs dood gaan. Gooi ook geen zaadresten van kooivogels naar buiten, hierdoor worden gemakkelijk ziektes overgebracht. Voer bij voorkeur in de ochtend, want na een koude nacht hebben vogels snel voedsel nodig.Drinkwater is voor vogels vooral een probleem als het gaat vriezen. Een diep bord gevuld met water met daarop een omgekeerde bloempot die maakt dat er slechts een smal gootje water zichtbaar is zorgt er voor dat vogels wel kunnen drinken maar niet kunnen baden. Want als er water tussen de veertjes komt kunnen ze dood vriezen. Ook is het mogelijk schraapsel uit de koelkast aan te bieden.Ga niet voeren als dat nog niet nodig is. Actief naar voedsel zoeken houdt dieren in een goede conditie. Maar wordt het koud, of gaat het sneeuwen of ijzelen dan is uw hulp zeer gewenst. Begint u echter met voeren ga hier dan mee door tot de weersomstandigheden zijn verzacht! Vogels gaan op uw hulp rekenen! Pas echter wel op dat er geen voedsel blijft liggen, want overtollig voedsel trekt ratten en muizen aan. Bovendien kan voedsel dat te lang ligt bederven en ziektes veroorzaken. En dat is natuurlijk niet de bedoeling.
· De kikker en de pad zitten s´winters goed weggedoken in de modder. Ze ademen door hun dunne, naakte huid.

