Samenvatting: Leesautobiografie
Leesautobiografie
Boeken, dat is natuurlijk het woord dat direct in me op komt wanneer ik begin met het schrijven van deze leesautobiografie. Bij het woord komen direct een heleboel titels, gedachten en namen van schrijvers in me op. In de afgelopen jaren heb ik heel wat boeken gelezen. Veel te veel om allemaal op papier te zetten. Als ik heel diep in mijn geheugen graaf is mijn eerste herinnering over boeken, de boekenkast die in onze huiskamer stond. Er stonden een heleboel informatieve boeken in. Ik weet nog dat ik altijd voor de boekenkast stond en me dan piepklein voelde. De boeken waren allemaal heel erg dik en zwaar. Ik weet nog dat ik nooit aan de boeken mocht komen, ik denk dat ik er daardoor ook zo gefascineerd door raakte. Ik wilde als kind graag weten wat er in die boeken stond. Dat heb ik ook nu nog heel vaak: ik moet sommige boeken gewoon lezen. Meestal komt dat door de titel of de kaft van een boek, maar ook de naam van een auteur kan me heel nieuwsgierig maken naar de inhoud.
Maar goed, het allereerste boek dat ik zelf gelezen heb was ‘Waar is Dikkie Dik?’. Het was een erg eenvoudig verhaaltje met mooie prenten die het geheel een stuk interessanter maakten. Het boekje staat nu nog steeds op mijn boekenplank. Toen ik een jaar of zeven à acht jaar oud was, kwam ik in de Annie M.G. Schmidt-fase terecht. Ik las werkelijk alle boeken die ze had geschreven: ‘Otje’, ‘Abeltje’, ‘Pluk van de Petteflet’, ‘Wiplala’, ‘Floddertje’ en ‘Minoes’. Op mijn verlanglijstje voor Kerstmis stonden vanaf die tijd een heleboel boeken, op die manier spaarde ik alle boeken van ‘Jip en Janneke’, ‘Pietje Puk’ en ‘De drieling’ bij elkaar.
Rond mijn negende levensjaar kon ik eindelijk de jeugdboeken voor iets oudere kinderen gaan lezen, daar was ik ook wel aan toe aangezien ik het merendeel van de zogenaamde B-boeken in onze bibliotheek al verslonden had. Zo begon ik aan het toen zo populaire boek van Anke de Vries: ‘Blauwe plekken’, en ik kan zeggen het boek heeft niet voor niks de prijs van de Nederlandse Kinderjury toegekend gekregen. Het boek gaat over Judith, een jong meisje die door haar moeder wordt mishandeld. Anke de Vries heeft het thema kindermishandeling waar nog steeds een taboe op rust, zo aangepakt en beschreven dat iedereen zich in Judith kan herkennen. Het is dan ook niet vreemd dat ik na het lezen van dit boek bij de boeken van deze schrijfster ben blijven hangen. Zo heb ik ook nog ‘Kladwerk’, ‘Medeplichtig’, ‘Opstand’ en ‘Weg uit het verleden’ gelezen.
De naam Anke de Vries laat me terechtkomen bij een andere schrijver namelijk Evert Hartman, waarvan ik ook verschillende boeken heb gelezen, zoals ‘Het onzichtbare licht’, ‘De voorspelling’, ‘Morgen ben ik beter’ en ‘Oorlog zonder vrienden’. Al deze boeken hebben me enorm aangesproken, beide schrijvers hebben actuele problemen herkenbaar gemaakt en op de een of andere manier hebben de boeken me geleerd meer begrip voor bepaalde zaken te hebben en niet te snel te (ver)oordelen.
Een goed voorbeeld van een boek dat me een stuk toleranter heeft gemaakt is ‘Het vonnis’ van de Amerikaanse schrijver John Grisham. Het boek gaat over de gevangene Sam. Hij is ter dood veroordeeld voor doodslag op twee Joodse kinderen. Gaandeweg het boek leer je zijn drijfveren, waarden en normen beter begrijpen daardoor krijg je meer begrip voor de misdaden die hij heeft gepleegd.
Twee jaar geleden ben ik begonnen met het lezen van boeken die ik op de literatuurlijst staan. Het eerste boek waarmee ik begon was ‘Het behouden huis’ van W.F. Hermans. Zo op het oog lijkt het een makkelijk te lezen boek; behoorlijk grote letters en het boek is heel dun… maar het was een vergissing om zo’n moeilijk en doordacht boek al in de derde klas te lezen. Ik begreep er niet veel van en het ontnam me de zin om nog een boek van de literatuurlijst te kiezen. Het jaar daarop moest ik echter wel weer een boek van de lijst lezen voor het vak Nederlands, maar dit keer maakte ik een goede keuze en las ‘De kroongetuige’ van Maarten ’t Hart. In dit boek spelen ook dieperliggende motieven een rol maar er zit ook spanning in, waardoor het negatieve beeld dat ik over deze boeken had weer snel naar de achtergrond was verdwenen.
Ik denk eerlijk gezegd niet dat mijn smaak erg veranderd is in de loop van de tijd. Ik heb nu wel een bredere interesse gekregen zodat ik nu ook vaker historische boeken lees of detective verhalen. Nog niet zo lang geleden heb ik ‘Moordenaarsleerling’ gelezen. Het was een ander soort boek dan ik normaal gesproken zou lezen. Toch vond ik het een erg spannend boek, dat tot het laatste moment bleef boeien. Maar het leukste vind ik nog steeds boeken die gaan over het leven. Boeken, waarin alledaagse problemen worden besproken, zoals ‘Bloed’, ‘Vrijdag’, ‘De moeder van David S.’, ‘Turks fruit’, en ‘Het dagboek van Floortje Peneder’. In deze boeken staan thema’s centraal zoals verslaving en terminale ziekten. Niet echt heel gewoon maar de gevoelens van de hoofdpersonen staan centraal en dat vind ik heel interessant. Te zien hoe mensen denken, voelen en reageren op bepaalde situaties.
Deze leesautobiografie is niet ten einde voordat ik mijn lievelingsboek aan bod heb laten komen: ‘Morgen mag ik uit de kast’ geschreven door Othilie Bailly. Dit boek is zo ontroerend en aangrijpend dat ik het in een hele korte tijd heb uitgelezen. Al heel vaak heb ik het aan mensen uitgeleend en stuk voor stuk vinden ze het een prachtig boek. Het verhaal gaat over Jantje, een jongetje dat bij zijn moeder en haar vriend woont. Deze vriend heeft een hekel aan Jantje en sluit hem op in een kast met alleen een matras, een plaspot en zijn knuffel. Af en toen krijgt hij wat water en brood. Wanneer zijn moeder bevalt van een dochtertje wordt Jantje helemaal vergeten. Doordat de buren en zijn oma na een tijdje argwaan krijgen over de langdurige afwezigheid van Jantje schakelen ze de politie in. Tenslotte komt er een huiszoekingsbevel en komt de situatie waarin Jantje verkeert aan het licht. Dit boek heeft waarschijnlijk de meeste invloed op mijn leven gehad. Het heeft me geleerd te relativeren, de dingen in de juiste proporties te zien en op waarde te schatten. Dit helpt me zelfs nu nog wel eens… Ik ben bijvoorbeeld niet te genieten wanneer ik mijn zin ergens niet mee krijg, maar als ik dan even de tijd neem en goed nadenk zie ik ook wel in dat alles ook nog slechter kan zijn!

