Boekverslag: SuperTex
Titelverklaring:
SuperTex is de naam van het succesvolle textiel-imperium, dat de
hoofdpersoon leidt.
De auteur:
Leon de Winter wordt op 24 februari 1954 in ‘s Hertogenbosch geboren
als zoon van orthodox-joodse ouders, maar hij groeit op in een niet-joodse
omgeving. Hij bezoekt in zijn geboorteplaats het gymnasium en in Waalwijk
het gereformeerde Willem van Oranje College. Een jaar voor hij zijn
diploma haalt, wordt zijn novelle Revolutie bekroond met de
ontmoetingsprijs van de Stichting Literaire Dagen (1973). In 1974
verhuist hij naar Amsterdam en gaat aan de Nederlandse Filmacademie
studeren. Uit ongenoegen met het onderwijsniveau geeft hij met enkele
anderen een zwartboek over de opleiding uit. Zijn debuut Over de leegte
in de wereld verschijnt in 1976; het is een bundel met door Kafka
geïnspireerde verhalen. In 1978 verlaat hij samen met Seegers en Van de
Velde de academie zonder het diploma te hebben behaald. Een jaar daarop
verschijnt de eerste speelfilm van het drietal: De verwording van
Herman Dürer. In de volgende jaren maakt het trio enkele films voor de
televisie, en in 1981 verschijnt de tweede speelfilm, De
afstand.
Voor zijn romandebuut De (ver)wording van Herman Dürer,
gebaseerd op het filmidee, krijgt De Winter de Reina Prinsen
Geerligsprijs. Van 1978 tot 1982 is Leon de Winter als recensent verbonden
aan Vrij Nederland; daarna is zijn medewerking aan dit blad, zowel als
vanaf ’82 aan De Volkskrant, incidenteel. Naast La place de la
Bastille is ook Zoeken naar Eileen W., beide verfilmd, een
bekend werk van De Winter. Uit 1990 dateert Hoffmans honger, een
televisieserie voor de VPRO, door hemzelf geregisseerd. In 1991 verschijnt
Supertex, en zijn laatstverschenen roman tot op heden is De
hemel van Hollywood uit 1997.
De angst voor de leegte vormt het centrale thema in het werk van De
Winter. Wel hanteert hij het principe van de hoop. De zoektochten van de
personages naar hun (meestal joodse) identiteit hebben tot doel het
verleden te ordenen en te corrigeren, zodat er weer toekomst is.
Meest recente werk:
De verhalen (1993)
Serenade (1995)
Zionoco (1995)
De hemel van Hollywood (1997)
Literaire stroming:
Moderne Nederlandse literatuur.
Genre:
Psychologische roman of ‘biechtroman’.
Samenvatting:
Het boek is het relaas, dat de hoofdpersoon Max op een zaterdag in
oktober 1990 aan zijn psychiater doet.
Max Breslauer staat aan het hoofd van het SuperTex-imperium, een
winkelketen in goedkope confectiekleding. Hij woont samen met Maria, de
ex-minnares van zijn vader, in een penthouse aan de Amstel. Op een
zaterdag rijdt hij in zijn Porsche 928 S met een snelheid van 120 km/u
naar de zaak om Jimmy Tdjin in Thailand te bellen, nadat zijn secretaresse
Yvonne haar plicht had ‘verzuimd’. Hij rijdt daarbij de jongste zoon uit
een chassidische familie aan. Er ontstaat veel commotie. Max belt Maria en
zijn advocaat. Vervolgens belt hij ook zijn psychiater, dr. Jansen, en
eist een onmiddellijk consult. Tijdens dit consult vertelt hij haar zijn
levensverhaal.
Zijn vader, Simon Breslauer, heeft het concentratiekamp overleefd en is
van niets tot topman van ETI (Euro Textiel International) opgeklommen. Hij
was een veeleisend man, die van Max verwachtte, dat hij meester in de
rechten werd. Zijn minder begaafde zoon Boy gaf hij een baan op de
boekhouding van zijn zaak. Max wordt weliswaar advocaat, maar treedt na
enkele jaren toch bij zijn vader in dienst. Bovendien richt hij een eigen
BV, Maximaal, op. In juni 1989 verdrinkt zijn vader, nadat hij met zijn
auto in de Loosdrechtse plassen is beland. Een maand na de begrafenis
wordt Max door Maria gebeld, die beweert de minnares van zijn vader te
zijn geweest. Hij ontmoet haar in een hotel, en willigt haar eisen -
behoud van auto, flat en maandelijkse toelage - in. Enige tijd later
begint hij zelf een verhouding met haar. Max en Boy zijn orthodox-joods
opgevoed. Er wordt van hen verwacht, dat ze een joodse vrouw zullen
kiezen. Als Max’ moeder hem verschillende huwelijkspartners aanwijst,
kiest Max er zelf één: Esther d’Oliviera, partner in de
advocatenmaatschappij waar hij werkt. Deze Esther is na de zelfmoord van
haar ex-man in een crisis geraakt. Ze heeft zich, om vrede te vinden, tot
de orthodoxie bekeerd en is naar Israël gegaan. Max heeft haar enkele
malen bezocht, maar wil zich niet in Israël vestigen. Esther trouwt daarop
met een Amerikaanse Talmoed-geleerde. Max wordt korte tijd later tweede
man bij ETI.
Als Max in het middaguur even naar huis rijdt, vertelt Maria hem, dat
ze hem zal verlaten. Hij keert met een taxi terug naar de psychiater.
Boy is weliswaar minder begaafd dan Max, maar ook minder rusteloos en
wat ingetogener. Hij heeft een korte relatie met de onaantrekkelijke Lea
van Gelder, enige dochter uit een goed-joodse familie. Vlak voor het
huwelijk stuurt Max Boy naar Casablanca om het contract met de broers
Mohammed te verlengen. Boy laat zich echter beetnemen, en het contract
wordt verbroken. Vervolgens leent hij een zgn. zakenman vierhonderd dollar
om medicijnen te kopen. Als hij doorkrijgt dat hij naar zijn geld kan
fluiten, volgt hij hem naar zijn huis. Hij ontdekt, dat deze man ook een
jood is en David heet. Hij wordt door Davids familie gastvrij ontvangen.
Hij ontmoet de beeldschone Sulamit en wordt hevig verliefd. Hij besluit
zijn leven verder als orthodox-jood aan haar zijde in Casablanca te
slijten en begint een zaak in chemische toiletten. Max en Lea worden
ongerust en reizen naar Casablanca om Boy te zoeken. Als ze hem vinden,
zegt hij dat hij niet naar Nederland wil terugkeren. Later schrijft hij
Max brieven waarin hij het hele verhaal uitlegt.
Max wil geen verdere therapie. Ook dr. Jansen is van mening, dat hij
haar niet nodig heeft. Aan het eind van de middag loopt hij naar huis
terug. Onderweg ‘herkent’ hij zijn vader achter het stuur van een zwarte
Mercedes. Hij voelt zich leeg nu hij alles wat hem dwars zat, aan de
psychiater heeft verteld. Tegelijkertijd heeft hij ook een voldaan gevoel:
zijn ‘biecht’ heeft hem duidelijk gemaakt hoe hij zijn leven voortaan moet
inrichten om gelukkig te kunnen zijn.
Slotzin: Az der tate sheinkt dem zun, lakn beide
Az der zun sheinkt nen tatn, weinen beide
(Als de vader de zoon iets schenkt, lachen beide; als de zoon de vader
iets schenkt huilen beide).
Tijd en tijdvolgorde:
Het verhaal speelt zich af op één zaterdag, als de hoofdpersoon zijn
levensverhaal aan zijn psychiater vertelt. Het levensverhaal wordt niet
chronologisch, maar thematisch verteld. De vertelde tijd is één dag.
Plaats/ruimte:
Het grootste deel van de handeling speelt zich af in Amsterdam,
hoofdzakelijk in de spreekkamer van de psychiater. In het vertelde
verleden spelen ook andere plaatsen, o.a. Jeruzalem en Casablanca, een
rol.
Karakterbeschrijving en -ontwikkeling:
Max Beslauer:
Max is 36 jaar. Hij is zwaarlijvig, leeft in luxe en verkeert in zijn
midlife crisis. Hij had een slechte relatie met zijn vader. Het is geen
sympathieke figuur. Men zou hem een patser kunnen noemen. Tijdens zijn
studie hing hij de radicale student uit, maar uiteindelijk wordt hij een
handig en vooral hard zakenman. Hij maakt bij zijn productie misbruik van
de omstandigheden in het Verre Oosten en is meedogenloos tegen zijn
personeel. Op de ‘vertelde’ zaterdag twijfelt hij aan de juistheid van
zijn levenswijze, mede als gevolg van het (symbolische) ongeval. Hij
‘koopt’ de aandacht van dr. Jansen. Het is moeilijk te geloven, dat deze
figuur de erfgenaam van de spreekwoordelijke joodse wijsheid kan zijn. Hij
is een rond karakter.
Het egoïsme, dat zich bij de hoofdpersoon manisfesteert, is ook de
overige personages niet vreemd. De vader erkent alleen zijn eigen
normen en waarden en is zeer veeleisend. Esther kiest voor het
orthodoxe jodendom zonder aan de gevolgen voor ‘haar grote liefde’ te
denken. Boy behandelt Lea als wegwerpartikel.
Onderlinge relaties:
Boy Max’ jongere broer
Simon B. Max’ vader
Maria Ex-minnares van Max’ vader, nu zijn eigen geliefde
Esther Max’ eerdere vriendin
Lea (Ex-)vriendin van Boy
Sulimat Boy’s nieuw geliefde
Yvonne Max’ secretaresse
Robbie Max’ advocaat
Mw. Jansen Max’ psychiater
Geloofwaardigheid van het verhaal:
....
Thematiek:
Centraal staat het gevoel van vervreemding en de tegenstelling tussen
materialisme en idealisme. De hoofdpersoon is losgeslagen van zijn
wortels, maar temidden van de ‘gojs’ voelt hij zich ook niet thuis. Ergens
noemt hij zichzelf ‘verdwaald’. Het ongenoegen, dat hiervan het gevolg is,
probeert hij op allerlei manieren te verdrijven. Dit doet hij door zich
steeds meer luxe te veroorloven, nieuwe vrouwen, keihard koopmanschap en
door lange tijd het verhaal van Boy te verzwijgen; Boy houddt hem namelijk
in zijn brieven een spiegel voor.
De kernvraag, die De Winter stelt, is die naar de mogelijkheid van
assimilatie: kan men als jood anno 1990 het moderne leven leven zonder
het culturele erfgoed te verraden?
Motto:
A sjo in gan-eydn iz ojk gut; Jiddisch spreekwoord
Eén uur in het paradijs is ook de moeite waard. Met andere woorden: de
mens moet zijn beperkingen leren accepteren.
Taalgebruik:
Simpel taalgebruik. Opvallend zijn de vele Jiddische spreekwoorden,
waarmee de vader zijn spreektaal doorspekt. Deze spreekwoorden spelen
uiteindelijk een grote rol in de acceptatie van het eigen lot van de
ik-figuur. Bovendien heeft het boek tamelijk veel dialogen. Pag. 251:
"Alle gezegden, die hij ooit had gesproken, klonken tegelijk in mijn
oor".
Opdracht:
‘Voor Gideon Spitz, waar hij nu ook mag zijn.’
Vertelsituatie:
De gebeurtenissen hebben zich al voltrokken: de verteller deelt ze de
lezers via de ik-persoon mee. De verteller plaatst zich echter tussen de
ik-figuur en de lezer in. Het raamwerk voor het verhaal wordt gevormd door
de opmerkingen van de psychiater en de observaties van de ik-figuur over
haar manier van luisteren en noteren.
Perspectief:
Ik-perspectief.
Verhaalopbouw:
De roman bestaat uit 13 genummerde hoofdstukken, en heeft de vorm van
een raamvertelling. De oneven hoofdstukken, m.u.v. 11, vormen het
vertelheden, het raamwerk. Hiertoe behoort ook hoofdstuk 12. In de overige
hoofdstukken vertelt Max Beslauer zijn levensverhaal. Dit gebeurt niet
chronologisch, maar thematisch. Hoofdstuk 11 bestaat uit brieven en
gesprekken met Boy.
SuperTex is de naam van het succesvolle textiel-imperium, dat de
hoofdpersoon leidt.
De auteur:
Leon de Winter wordt op 24 februari 1954 in ‘s Hertogenbosch geboren
als zoon van orthodox-joodse ouders, maar hij groeit op in een niet-joodse
omgeving. Hij bezoekt in zijn geboorteplaats het gymnasium en in Waalwijk
het gereformeerde Willem van Oranje College. Een jaar voor hij zijn
diploma haalt, wordt zijn novelle Revolutie bekroond met de
ontmoetingsprijs van de Stichting Literaire Dagen (1973). In 1974
verhuist hij naar Amsterdam en gaat aan de Nederlandse Filmacademie
studeren. Uit ongenoegen met het onderwijsniveau geeft hij met enkele
anderen een zwartboek over de opleiding uit. Zijn debuut Over de leegte
in de wereld verschijnt in 1976; het is een bundel met door Kafka
geïnspireerde verhalen. In 1978 verlaat hij samen met Seegers en Van de
Velde de academie zonder het diploma te hebben behaald. Een jaar daarop
verschijnt de eerste speelfilm van het drietal: De verwording van
Herman Dürer. In de volgende jaren maakt het trio enkele films voor de
televisie, en in 1981 verschijnt de tweede speelfilm, De
afstand.
Voor zijn romandebuut De (ver)wording van Herman Dürer,
gebaseerd op het filmidee, krijgt De Winter de Reina Prinsen
Geerligsprijs. Van 1978 tot 1982 is Leon de Winter als recensent verbonden
aan Vrij Nederland; daarna is zijn medewerking aan dit blad, zowel als
vanaf ’82 aan De Volkskrant, incidenteel. Naast La place de la
Bastille is ook Zoeken naar Eileen W., beide verfilmd, een
bekend werk van De Winter. Uit 1990 dateert Hoffmans honger, een
televisieserie voor de VPRO, door hemzelf geregisseerd. In 1991 verschijnt
Supertex, en zijn laatstverschenen roman tot op heden is De
hemel van Hollywood uit 1997.
De angst voor de leegte vormt het centrale thema in het werk van De
Winter. Wel hanteert hij het principe van de hoop. De zoektochten van de
personages naar hun (meestal joodse) identiteit hebben tot doel het
verleden te ordenen en te corrigeren, zodat er weer toekomst is.
Meest recente werk:
De verhalen (1993)
Serenade (1995)
Zionoco (1995)
De hemel van Hollywood (1997)
Literaire stroming:
Moderne Nederlandse literatuur.
Genre:
Psychologische roman of ‘biechtroman’.
Samenvatting:
Het boek is het relaas, dat de hoofdpersoon Max op een zaterdag in
oktober 1990 aan zijn psychiater doet.
Max Breslauer staat aan het hoofd van het SuperTex-imperium, een
winkelketen in goedkope confectiekleding. Hij woont samen met Maria, de
ex-minnares van zijn vader, in een penthouse aan de Amstel. Op een
zaterdag rijdt hij in zijn Porsche 928 S met een snelheid van 120 km/u
naar de zaak om Jimmy Tdjin in Thailand te bellen, nadat zijn secretaresse
Yvonne haar plicht had ‘verzuimd’. Hij rijdt daarbij de jongste zoon uit
een chassidische familie aan. Er ontstaat veel commotie. Max belt Maria en
zijn advocaat. Vervolgens belt hij ook zijn psychiater, dr. Jansen, en
eist een onmiddellijk consult. Tijdens dit consult vertelt hij haar zijn
levensverhaal.
Zijn vader, Simon Breslauer, heeft het concentratiekamp overleefd en is
van niets tot topman van ETI (Euro Textiel International) opgeklommen. Hij
was een veeleisend man, die van Max verwachtte, dat hij meester in de
rechten werd. Zijn minder begaafde zoon Boy gaf hij een baan op de
boekhouding van zijn zaak. Max wordt weliswaar advocaat, maar treedt na
enkele jaren toch bij zijn vader in dienst. Bovendien richt hij een eigen
BV, Maximaal, op. In juni 1989 verdrinkt zijn vader, nadat hij met zijn
auto in de Loosdrechtse plassen is beland. Een maand na de begrafenis
wordt Max door Maria gebeld, die beweert de minnares van zijn vader te
zijn geweest. Hij ontmoet haar in een hotel, en willigt haar eisen -
behoud van auto, flat en maandelijkse toelage - in. Enige tijd later
begint hij zelf een verhouding met haar. Max en Boy zijn orthodox-joods
opgevoed. Er wordt van hen verwacht, dat ze een joodse vrouw zullen
kiezen. Als Max’ moeder hem verschillende huwelijkspartners aanwijst,
kiest Max er zelf één: Esther d’Oliviera, partner in de
advocatenmaatschappij waar hij werkt. Deze Esther is na de zelfmoord van
haar ex-man in een crisis geraakt. Ze heeft zich, om vrede te vinden, tot
de orthodoxie bekeerd en is naar Israël gegaan. Max heeft haar enkele
malen bezocht, maar wil zich niet in Israël vestigen. Esther trouwt daarop
met een Amerikaanse Talmoed-geleerde. Max wordt korte tijd later tweede
man bij ETI.
Als Max in het middaguur even naar huis rijdt, vertelt Maria hem, dat
ze hem zal verlaten. Hij keert met een taxi terug naar de psychiater.
Boy is weliswaar minder begaafd dan Max, maar ook minder rusteloos en
wat ingetogener. Hij heeft een korte relatie met de onaantrekkelijke Lea
van Gelder, enige dochter uit een goed-joodse familie. Vlak voor het
huwelijk stuurt Max Boy naar Casablanca om het contract met de broers
Mohammed te verlengen. Boy laat zich echter beetnemen, en het contract
wordt verbroken. Vervolgens leent hij een zgn. zakenman vierhonderd dollar
om medicijnen te kopen. Als hij doorkrijgt dat hij naar zijn geld kan
fluiten, volgt hij hem naar zijn huis. Hij ontdekt, dat deze man ook een
jood is en David heet. Hij wordt door Davids familie gastvrij ontvangen.
Hij ontmoet de beeldschone Sulamit en wordt hevig verliefd. Hij besluit
zijn leven verder als orthodox-jood aan haar zijde in Casablanca te
slijten en begint een zaak in chemische toiletten. Max en Lea worden
ongerust en reizen naar Casablanca om Boy te zoeken. Als ze hem vinden,
zegt hij dat hij niet naar Nederland wil terugkeren. Later schrijft hij
Max brieven waarin hij het hele verhaal uitlegt.
Max wil geen verdere therapie. Ook dr. Jansen is van mening, dat hij
haar niet nodig heeft. Aan het eind van de middag loopt hij naar huis
terug. Onderweg ‘herkent’ hij zijn vader achter het stuur van een zwarte
Mercedes. Hij voelt zich leeg nu hij alles wat hem dwars zat, aan de
psychiater heeft verteld. Tegelijkertijd heeft hij ook een voldaan gevoel:
zijn ‘biecht’ heeft hem duidelijk gemaakt hoe hij zijn leven voortaan moet
inrichten om gelukkig te kunnen zijn.
Slotzin: Az der tate sheinkt dem zun, lakn beide
Az der zun sheinkt nen tatn, weinen beide
(Als de vader de zoon iets schenkt, lachen beide; als de zoon de vader
iets schenkt huilen beide).
Tijd en tijdvolgorde:
Het verhaal speelt zich af op één zaterdag, als de hoofdpersoon zijn
levensverhaal aan zijn psychiater vertelt. Het levensverhaal wordt niet
chronologisch, maar thematisch verteld. De vertelde tijd is één dag.
Plaats/ruimte:
Het grootste deel van de handeling speelt zich af in Amsterdam,
hoofdzakelijk in de spreekkamer van de psychiater. In het vertelde
verleden spelen ook andere plaatsen, o.a. Jeruzalem en Casablanca, een
rol.
Karakterbeschrijving en -ontwikkeling:
Max Beslauer:
Max is 36 jaar. Hij is zwaarlijvig, leeft in luxe en verkeert in zijn
midlife crisis. Hij had een slechte relatie met zijn vader. Het is geen
sympathieke figuur. Men zou hem een patser kunnen noemen. Tijdens zijn
studie hing hij de radicale student uit, maar uiteindelijk wordt hij een
handig en vooral hard zakenman. Hij maakt bij zijn productie misbruik van
de omstandigheden in het Verre Oosten en is meedogenloos tegen zijn
personeel. Op de ‘vertelde’ zaterdag twijfelt hij aan de juistheid van
zijn levenswijze, mede als gevolg van het (symbolische) ongeval. Hij
‘koopt’ de aandacht van dr. Jansen. Het is moeilijk te geloven, dat deze
figuur de erfgenaam van de spreekwoordelijke joodse wijsheid kan zijn. Hij
is een rond karakter.
Het egoïsme, dat zich bij de hoofdpersoon manisfesteert, is ook de
overige personages niet vreemd. De vader erkent alleen zijn eigen
normen en waarden en is zeer veeleisend. Esther kiest voor het
orthodoxe jodendom zonder aan de gevolgen voor ‘haar grote liefde’ te
denken. Boy behandelt Lea als wegwerpartikel.
Onderlinge relaties:
Boy Max’ jongere broer
Simon B. Max’ vader
Maria Ex-minnares van Max’ vader, nu zijn eigen geliefde
Esther Max’ eerdere vriendin
Lea (Ex-)vriendin van Boy
Sulimat Boy’s nieuw geliefde
Yvonne Max’ secretaresse
Robbie Max’ advocaat
Mw. Jansen Max’ psychiater
Geloofwaardigheid van het verhaal:
....
Thematiek:
Centraal staat het gevoel van vervreemding en de tegenstelling tussen
materialisme en idealisme. De hoofdpersoon is losgeslagen van zijn
wortels, maar temidden van de ‘gojs’ voelt hij zich ook niet thuis. Ergens
noemt hij zichzelf ‘verdwaald’. Het ongenoegen, dat hiervan het gevolg is,
probeert hij op allerlei manieren te verdrijven. Dit doet hij door zich
steeds meer luxe te veroorloven, nieuwe vrouwen, keihard koopmanschap en
door lange tijd het verhaal van Boy te verzwijgen; Boy houddt hem namelijk
in zijn brieven een spiegel voor.
De kernvraag, die De Winter stelt, is die naar de mogelijkheid van
assimilatie: kan men als jood anno 1990 het moderne leven leven zonder
het culturele erfgoed te verraden?
Motto:
A sjo in gan-eydn iz ojk gut; Jiddisch spreekwoord
Eén uur in het paradijs is ook de moeite waard. Met andere woorden: de
mens moet zijn beperkingen leren accepteren.
Taalgebruik:
Simpel taalgebruik. Opvallend zijn de vele Jiddische spreekwoorden,
waarmee de vader zijn spreektaal doorspekt. Deze spreekwoorden spelen
uiteindelijk een grote rol in de acceptatie van het eigen lot van de
ik-figuur. Bovendien heeft het boek tamelijk veel dialogen. Pag. 251:
"Alle gezegden, die hij ooit had gesproken, klonken tegelijk in mijn
oor".
Opdracht:
‘Voor Gideon Spitz, waar hij nu ook mag zijn.’
Vertelsituatie:
De gebeurtenissen hebben zich al voltrokken: de verteller deelt ze de
lezers via de ik-persoon mee. De verteller plaatst zich echter tussen de
ik-figuur en de lezer in. Het raamwerk voor het verhaal wordt gevormd door
de opmerkingen van de psychiater en de observaties van de ik-figuur over
haar manier van luisteren en noteren.
Perspectief:
Ik-perspectief.
Verhaalopbouw:
De roman bestaat uit 13 genummerde hoofdstukken, en heeft de vorm van
een raamvertelling. De oneven hoofdstukken, m.u.v. 11, vormen het
vertelheden, het raamwerk. Hiertoe behoort ook hoofdstuk 12. In de overige
hoofdstukken vertelt Max Beslauer zijn levensverhaal. Dit gebeurt niet
chronologisch, maar thematisch. Hoofdstuk 11 bestaat uit brieven en
gesprekken met Boy.
De Winter is de zoon van de handelaar in lompen en oude metalen Moos de Winter en Johanna Zeldenrust. Zijn orthodox-joodse ouders hadden als enigen van hun families de Tweede Wereldoorlog overleefd (op een zus van zijn moeder na) en zij kregen na de oorlog op latere leeftijd vier kinderen van wie Leon de tweede zoon was. De Winter senior ging het financieel voor de wind; het gezin bewoonde een vrijstaande villa.
Boek informatie
- SuperTex
- Leon de Winter
- Nederlands
Handige opties
- Meer boeken van:Leon de Winter
Andere boekverslagen van boeken geschreven door Leon de Winter
1
boekverslag
De (ver)wording van de jongere Dürer
13
boekverslagen
De ruimte van Sokolov
9
boekverslagen
Hoffman's honger
1
boekverslag
Kaplan
10
boekverslagen
La Place de la Bastille

